Home





Algemene informatie
Inhoud & samenvattingen
Totaalindex 
Volgend nummer
Bestellen 
Voorbeeldartikel
Links 
Contact
 Samenvattingen

 

Dendroflora 45

 

Classificatie van planten - nieuwe inzichten en gevolgen voor de praktijk

Ir. M.H.A. Hoffman

Er zijn ongeveer 300.000 verschillende (hogere) plantensoorten, die onderling veel of weinig op elkaar lijken. Vroeger werden alle plantensoorten afzonderlijk benaamd, en was niet duidelijk hoe deze soorten verwant waren. Tegenwoordig worden soorten conform het systeem van Linnaeus ingedeeld in geslachten. Soorten die sterk verwant zijn aan elkaar hebben dezelfde geslachtsnaam. Geslachten worden op hun beurt weer ingedeeld in families en die op hun beurt weer in ordes, enzovoort. Op deze manier kent het plantenrijk een hiërarchisch indelingsysteem, met verwantschap als basis. Sterke verwantschap is meestal ook zichtbaar aan de uiterlijke gelijkenis. Soorten die veel op elkaar lijken en verwant zijn zitten in dezelfde groep. Verre verwanten zitten ver uit elkaar in het systeem. Om een plant goed te kunnen benamen, moet dus eerst uitgezocht worden aan welke andere soorten deze verwant is.

Tot voor kort werd de gelijkenis van planten voornamelijk bepaald aan uiterlijke kenmerken van bijvoorbeeld bloem en blad. De afgelopen decennia kwamen daar al aanvullende criteria zoals houtanatomie, pollenmorfologie, chemische inhoudsstoffen en chromosoomaantallen bij.  De afgelopen jaren hebben DNA-technieken een grote vlucht genomen. Aan het DNA kan verwantschap tussen soorten worden afgelezen. Deze nieuwe ontwikkeling is van grote invloed op de taxonomie en op het classificatiesysteem van het plantenrijk. Dit heeft bijvoorbeeld invloed op de familie-indeling en de plaats van de familie in het systeem. Maar ook op geslachts- en soortniveau zijn er de nodige verschuivingen. Dit artikel gaat in op de ontstaanswijze en het principe van ons huidige classificatiesysteem en de grote invloed van nieuwe DNA-technieken. Wat zijn daarbij de uiteindelijke gevolgen voor de naamgeving van onze planten en gewassen voor de praktijk.

 

DNA technieken voor de boomkwekerij

Ir. M.E.C.M. Hop

DNA is een zeer lange molecuul dat in elke plantencel voorkomt. Het DNA regelt de productie van eiwitten en enzymen en bepaalt samen met het milieu hoe de plant er uitziet en zich ontwikkelt. Technieken om het DNA te onderzoeken worden op steeds grotere schaal gebruikt in de tuinbouw. Ze zijn nuttig, omdat het DNA uit elke deel van de plant en op elke moment ven het jaar gehaald kan worden. Ook voor de boomkwekerijsector zijn sommige DNA technieken zeer bruikbaar en betaalbaar zijn. Het gaat daarbij niet om het veranderen van eigen­schap­pen van planten, maar alleen om het meten ervan. Dit kan worden gebruikt voor identificatie van planten, en ter ondersteuning van klassieke kruisingsveredeling. In dit artikel wordt uiteengezet wat de verschillende DNA technieken nu kunnen betekenen voor boomkwekerijsector.

 

Carpinus - overzicht van het sortiment

Dr. P.C. de Jong

Publicaties over Carpinus (Haagbeuk) zijn er niet veel; tot nu toe is er in Dendroflora slechts eenmaal aandacht aan besteed. In nummer twee (1965) werd het sortiment besproken. Een klein sortiment van vier soorten, waarvan de bekendste, Carpinus betulus, als enige een viertal cultivars had. Daarna zijn er publicaties geweest van enkele nieuwigheden die gekeurd zijn op Groot Groen of Plantarium. De afgelopen jaren heeft de Technische Keuringscommissie van de Naktuinbouw studie gemaakt van het in Nederland gekweekte sortiment van C. betulus. Resultaten daarvan zijn in deze publicatie opgenomen.

Ter aanvulling daarop heeft de auteur studie gemaakt van enkele minder soorten, grotendeels afkomstig uit China. Enkele lijken een verrijking voor het sortiment. Ze lenen zich voor toepassing als parkboom, gebruik in groenstroken en gebruik voor hagen. Mogelijk zijn ze ook soms geschikt voor straten en pleinen. In dit artikel wordt een stand van zaken geven.

 

Winterkornoeljes - sortimentsonderzoek en keuringsrapport

R.T. Houtman en Ir. M.H.A. Hoffman

Winterkornoeljes is een verzamelnaam voor de Cornus-soorten die in de winter opvallend gekleurde takken hebben. Deze groep planten is vooral vanwege de prachtige wintertakken erg populair, als tuinplant en als snijtak. Veruit de bekendste drie soorten zijn C. alba, C. sanguinea en C. sericea. Ongeveer 45 verschillende soorten en cultivars van deze groep zijn door de KVBC beoordeeld. Daarbij zijn oude cultivars zoals C. alba ‘Sibirica’ en C. sericea ‘Flaviramea’ getest naast vele nieuwere. Tevens zijn enkele minder bekende botanische soorten van deze groep getest.

Naast C. alba, C. sanguinea en C. sericea, behoren ook C. amomum, C. asperifolia, en C. racemosa tot de Winterkornoeljes. De planten zijn opgeplant op een keuringsveld bij Pannebakker & Co te Hazerswoude-Dorp. De planten waren grotendeels afkomstig van Nederlandse kwekerijen, aangevuld met verschillende cultivars uit het buitenland. Van elke cultivar stonden drie tot vijf planten op het proefveld. Hiervan zijn steeds twee planten per cultivar na de winter teruggeknipt tot aan de basis, zoals dat in praktijk ook vaak gebeurd. Van 2005 tot 2009 is de collectie diverse malen gekeurd door de keuringscommissie van de KVBC. Voor deze keuring zijn C. alternifolia en C. controversa niet in de proefopplant opgenomen; dit zijn geen echte Winterkornoeljes.

In dit artikel worden alle geteste cultivars korte beschreven en worden enkele nomenclatorische problemen opgelost. Uiteindelijk hebben 19 van de 45 cultivars en niet-benoemde klonen die zijn getest een positieve waardering gekregen: zes cultivars kregen drie sterren (uitstekend), vijf cultivars kregen twee sterren (heel goed), acht cultivars kregen één ster (goed) en een kreeg een "s” (geschikt voor speciale doeleinden).

 

Dendroflora 44

 

Herfstkleuren

Dr. P.C. de Jong

Hoe komt het dat de ene boom zijn blad grauw verdord laat vallen en de andere afscheid neemt met een kleurrijk palet van goudgeel tot scharlakenrood en diep purper? Waarom verkleuren in sommige streken hele landschappen? Waarom toont een geïmporteerde boom, die op zijn natuurlijke groeiplaats zo prachtig verkleurde bij ons die kleuren vaak in het geheel niet? Allemaal vragen die aan de orde kwamen op de in november 2007 gehouden Dendrologendag in Wageningen.

Het Nederlandse zeeklimaat geeft beperkingen aan de intensiteit van herfstkleuren. Interessant daarbij is dat de natuurlijke processen die ten grondslag liggen aan herfstverkleuring door mutaties kunnen worden versterkt. Dit heeft al geresulteerd in diverse selecties die ook in ons land een goede herfstkleur geven. Dit aantal kan in de toekomst nog verder worden vergroot.

Dit artikel geeft achtergronden over het ontstaan van herfstkleuren en het geeft een opsomming van soorten die mooie herfstkleuren geven

 

Beplanting van boomspiegels

Ir. M.H.A. Hoffman

In het openbaar groen en in tuinen wordt de ruimte rondom de stam van bomen onder de kroon (de boomspiegel) op verschillende manieren ingericht. Het beplanten van deze ruimte is gewoonlijk het meest dynamisch en esthetisch, mits de beplanting goed aanslaat en groeit conform de verwachtingen. Voor het beplanten van boomspiegels leent zich lang niet elk gewas, omdat de omstandigheden vrij beperkend zijn. Veel vaste planten en heesters zijn niet in staat om zich te handhaven onder deze beperkende omstandigheden, maar diverse soorten kunnen dit gelukkig wel. Een succesvolle aanplant valt of staat bij een goede basis (grondbehandeling) en juiste sortimentskeuze. Praktijkonderzoek Plant en Omgeving deed onderzoek en stelt voor verschillende types boomspiegels een aanbevolen sortiment samen.

 

Clethra – sortimentsonderzoek en keuringsrapport

Ir. M.H.A. Hoffman

Clethra (Schijnels) is in Nederland tamelijk onbekend. Alleen de soort C. alnifolia komt vrij algemeen voor in tuinen en plantsoenen. Vooral de mooie sterk en zoet geurende bloemen in de zomer maken de plant aantrekkelijk. De laatste jaren zijn er vrij veel nieuwe cultivars op de markt gebracht, onder andere met een compactere groeiwijze, rijkere bloei of afwijkende bloemkleur. Dit kan in potentie zorgen voor een nieuwe impuls voor het geslacht. Dit artikel geeft een overzicht van het sortiment, dat door PPO is onderzocht. Inclusief de resultaten van een sterrenkeuring die in samenwerking met de KVBC is uitgevoerd.

 

Hydrangea paniculata – Euro-Trial

Ir. M.H.A. Hoffman & R.T. Houtman

Het aantal cultivars van Hydrangea paniculata, (Pluimhortensia) is de afgelopen jaren flink toegenomen. Vooral in België en Nederland is er de afgelopen jaren een aantal veelbelovende nieuwe cultivars ontstaan. Het was onduidelijk in hoeverre de nieuw geïntroduceerde cultivars een verbetering vormen van het bestaande sortiment. Daarom is een sortimentskeuring uitgevoerd. Er zijn bijna 40 verschillende cultivars verzameld en opgeplant. Op initiatief van de KVBC ging dit als Euro-Trial. Ze zijn niet alleen in Nederland getest, maar via samenwerkingspartners ook in enkele andere Europese landen. Hierbij vond over en weer informatie-uitwisseling plaats.

 

Itea – sortimentsonderzoek en keuringsrapport

Ir. M.E.C.M. Hop

Itea, de Bloemwilg, is een klein geslacht van bloeiende heesters. Bij ons is vooral de Amerikaanse soort I. virginica bekend, vanwege de bloei met witte aartjes in de voorzomer en de prachtige purperrode herfstkleur van het blad. Vooral de recent ontwikkelde compacte rassen zijn erg bruikbaar als tuin- en plantsoenplant. Door PPO werd in samenwerking met de keuringscommissie van de KVBC een sortiment beoordeeld en gekeurd.

 

Weigela – sortimentsonderzoek en keuringsrapport

Ir. M.H.A. Hoffman

Weigela is een veel gebruikte sierheester in de gematigde gebieden, vooral vanwege de kleurrijke bloemen en/of bladeren. Het sortiment is de afgelopen jaren flink uitgebreid. Inmiddels zijn al meer dan 200 cultivars bekend. Het is hierdoor voor zowel kwekers als gebruikers lastig om een keuze te maken. Verder is er in praktijk veel verwarring over de juiste indeling van cultivars. Veel cultivars worden ingedeeld in een soort, met name W. florida en W. praecox, maar vallen door hybridisatie vaak niet binnen de soortgrenzen. In dit onderzoek is door PPO een nieuw classificatiesysteem ontwikkeld voor indeling van cultivars in acht cultivargroepen. Samen met de KVBC is een sterrenkeuring uitgevoerd waarbij veel nieuwe cultivars zijn vergeleken met oudere. Als eindresultaat is een lijst met aanbevolen cultivars samengesteld.

 

Dendroflora 43

Wie zochten en introduceerden onze uitheemse bomen en struiken (2)?

A.H.J. Faassen 
In dit tweede deel komen de plantenzoekers in Azië aan bod. In het eerste deel, in Dendroflora 42, werden de plantenzoekers in Europa en Amerika behandeld. De plantenzoektochten naar Azië begonnen al in de oudheid, maar de oogst bleef lang beperkt tot enkele soorten die via de zijderoute werden meegenomen. Voorbeelden hiervan zijn Prunus persica (Perzik), Prunus armeniaca (Abrikoos), Juglans regia (Walnoot) en Salix babylonica (Treurwilg). Vanaf de 16de eeuw kwamen de eerste planten uit Noord-Amerika, maar het zou nog bijna twee eeuwen duren voordat ook de Oost-Aziatische flora intensief zou worden geïntroduceerd. De flora van Oost- Azië is zeer rijk en telt meer houtige gewassen dan die van Europa en Noord Amerika samen. Aanvankelijk verliep de invoer uit het Verre Oosten heel moeizaam. Veel materiaal overleefde de lange reis om Afrika niet. De introductie van een nieuw plantenvervoermiddel, de Wardian Case, bleek een uitkomst. 

Bomen en heesters met aantrekkelijke bast of takvorm 
Ir. M.H.A. Hoffman
Door PPO is onderzoek gedaan naar het thema aantrekkelijke bast en takvormen bij bomen en struiken. Opvallende kleur of structuur van de bast of bijzondere takvormen kunnen een. welkome meerwaarde aan planten geven. Niet in het minst omdat de meeste bomen en heesters bijna de helft van de tijd van het jaar geen blad of bloemen dragen. 
De belangrijkste doelstelling van dit onderzoek is het geven van een overzicht van soorten en cultivars met sierwaarde van stam, takken of twijgen. En daaraan gekoppeld het aanbevelen en promoten van het meest geschikte sortiment. 
Dit artikel geeft in het eerste deel achtergronden over het onderzoek en het onderwerp, zoals functie van bast en diversiteit aan basten.
Daarna wordt ingegaan op de gekleurde twijgen, waarbij per kleur het belangrijkste sortiment wordt besproken. Daarna worden de gekleurde stammen en takken behandel. Ook hierbij wordt per kleur het belangrijkste sortiment besproken. Dan volgt de sierwaarde als gevolg van verschillende stam- en takstructuren (kurkvorming, doornen en stekels, lenticellen en afschilferende bast). Vervolgens volgen bijzondere takvormen met sierwaarde, zoals gedraaide takken en afwijkende takdikte. Tenslotte volgt aan het eind een overzichtstabel waarin per soort en soms per cultivar de sierwaarde van de stam en takken en/of van de twijgen wordt aangegeven.
De gegevens zijn ontleend aan literatuuronderzoek en eigen ervaringen en waarnemingen.

Buddleja davidii – tussenstand sortimentsonderzoek
I
r. M.E.C.M. Hop
Van Buddleja davidii (Vlinderstruik) zijn de laatste jaren veel nieuwe rassen op de markt gekomen. Naar aanleiding van een opplanting bij PPO worden hier de eerste onderzoeksresultaten gepubliceerd. De cultivars worden kort beschreven, en het onderzoek dat gedaan is naar de aantrekkelijkheid voor vlinders wordt toegelicht. Inmiddels is in meerdere landen een Euro-Trial Buddleja gestart. Zodra dat onderzoek is afgerond volgt het volledige onderzoeksrapport, inclusief de keuringsresultaten.

Caryopteris – sortimentsonderzoek en keuringsrapport 
Ir. M.H.A. Hoffman
Het vrij kleine geslacht Caryopteris (Blauwbaard) is in de nazomer en herfst een opvallende kleine heester in de Nederlandse tuinen. Met name C. incana en C. ×clandonensis en cultivars zijn bekend. Helaas is er veel verwarring wat betreft de soortechtheid van sommige cultivars met name enkele oudere cultivars, zoals ‘Kew Blue’, ‘Heavenly Blue’ en ‘Arthur Simmonds’. Daarnaast heeft het sortiment zich de afgelopen jaren meer dan verdubbeld, als gevolg van introductie van nieuwe cultivars. Daarom is door PPO een overzicht gegeven van het sortiment. In samenwerking met de Koninklijke Vereniging voor Boskoopse Culturen (KVBC) is tevens een sterrenkeuring uitgevoerd, waarin zowel nieuwe als oude cultivars betrokken zijn.
Voor dit onderzoek zijn ruim 20 verschillende Caryopteris verzameld en aangeplant op het PPO-proefveld in Boskoop.

Ceanothus – sortimentsonderzoek en keuringsrapport
Ir. M.E.C.M. Hop
De zuiver blauwe bloemkleur is hét handelsmerk van Ceanothus, een kleur die zeer gewild is. In Nederland is het gewas matig bekend. Op dit moment is de keuze uit cultivars behoorlijk groot, maar de meesten zijn nog niet onder Nederlandse omstandig¬heden uitgetest. Voor veel rassen is de winterhardheid bij voorbaat al het zwakke punt. Vaak is echter in de praktijk niet de koude maar de natte bodem hier de factor die de plant de das om doet. Met de verwachte opwarming van het klimaat is Ceanothus echter één van de gewassen die in Nederland een groot succes kan worden.
In de sortimentstuin Harry van de Laar in Boskoop heeft een collectie van 40 verschillende Ceanothus opgeplant gestaan. Hun groei, bloei, ontwikkeling en gezondheid is in die jaren waargenomen en de keurings¬commissie van de KVBC heeft vanaf 2005 de planten regelmatig gekeurd. In deze publicatie worden de resultaten weergegeven.

Laburnum – sortimentsonderzoek 
Ir. M.H.A. Hoffman
Het kleine geslacht Laburnum (Gouden regen) telt slechts 2 soorten, L. alpinum en L. anagyroides. Deze soorten kruisen vrij gemakkelijk en geven de soorthybride L. ×watereri. Alom bekend en zeer typerend zijn de lange gele bloemtrossen. De inmiddels meer dan een eeuw oude L. ×watereri ‘Vossii’ is nog steeds veruit de bekendste en meest gekweekte cultivar Van die andere cultivars zijn overigens de meesten ook al meer dan 100 jaar oud. Wel is er vrij veel naamsverwarring, onder andere vanwege de hybridisatie tussen beide soorten. De laatste decennia heeft de zg. dikkoppen-ziekte de kop opgestoken en zorgt in praktijk soms voor ongemak in de teelt. In dit artikel wordt door Praktijkonderzoek Plant & Omgeving een overzicht gegeven van het sortiment. Naast enkele gangbare onderwerpen zoals de achtergronden van het onderzoek, taxomomie en verspreiding, beschrijving, gebruikswaarde en vermeerdering, wordt ook vrij uitgebreid ingegaan op de dikkoppen-ziekte. Aan het eind worden de verschillende soorten en cultivars behandeld.


Sarcococca – overzicht van het sortiment
A.J. Laros
Sarcococca is één van de recentere collecties van de Nederlandse Plantencollecties.
Dit geslacht heeft sinds de eerste introductie bijna 200 jaar geleden (te) weinig in de belangstelling gestaan. Met name vanwege de veelzijdige toepassingsmogelijkheden en sterke zoete bloemgeur, zit er meer in dit gewas dan er tot nu toe uit is gekomen. Een belangrijke reden voor dit overzichtsartikel. De collectie staat opgeplant in de Plantentuin in Oirschot en Plantentuin Esveld in Boskoop, die ook de collectie beheert.
In dit artikel worden de 7 in Nederlands belangrijkste soorten en bijbehorende ondersoorten, variëteiten en cultivars besproken. Hiervan is S. hookerinana veruit de meest gekweekte en gebruikte.

 

Dendroflora 42

Wie zochten en introduceerden onze uitheemse bomen en struiken?

A.H.J. Faassen 
De enorme verscheidenheid aan bomen en struiken in onze tuinen en parken lijkt zo gewoon. Menig kweker en dendroloog is al blij als hij ze kan benoemen. Maar hoe vaak staan we nog stil bij de vraag waar al die soorten oorspronkelijk vandaan komen en wie een rol gespeeld hebben om ze te zoeken en naar onze (botanische) tuinen en kwekerijen te brengen? Onze inheemse flora is eigenlijk vrij arm aan bomen en struiken. Wat in tuin en park staat komt oorspronkelijk veelal uit verre en vreemde delen van de wereld. In twee artikelen gaan we terug naar de plantenzoekers die veel materiaal hebben meegenomen. In dit eerste deel laten we in chronologische volgorde de plantenzoekers naar planten in Europa en Amerika de revue passeren. Het tweede deel gaat over de plantenzoekers naar planten in Azië.

Geurende houtige gewassen en vaste planten
Ir. M.H.A. Hoffman 
Plantengeuren spelen een belangrijke rol in ons leven. Desondanks is de eigenschap geur jarenlang miskend en verwaarloosd bij de selectie van nieuwe cultivars. De laatste jaren komt er duidelijk meer erkenning voor de eigenschap geur. Steeds vaker komen geuraanduidingen in catalogi of op labels te staan of worden als aparte lijsten gepubliceerd. Uit recent marktonderzoek blijkt dat de eigenschap geur bij Lavendel een belangrijk aankoopcriterium is. In dit artikel wordt door Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) een overzicht gegeven van geurende voor de tuin en terras. Daarbij worden alleen boomkwekerijgewassen behandeld.
In dit artikel wordt eerst achtergrondinformatie over plantengeuren gegeven. Hierbij wordt ingegaan op de volgende aspecten:
• Aanleiding en opzet van het onderzoek
• Geur als gebruikswaardekenmerk
• Geurende plantendelen
• Waar komt geur bij planten vandaan?
• Waartoe dienen plantengeuren?
• Geur en bestuivers
• Nabootsen van geuren
• Geurbeleving bij mensen
• Analyse van plantengeuren
• Aanduiding van geur
• Gunstige en ongunstige omstandigheden
• Stinkende planten
• Gebruik van geurende planten
• Namen met geuraanduidingen
Daarna wordt een lijst van geurende gewassen gegeven. Hierin staan de planten alfabetisch gerangschikt en wordt in verschillende kolommen vermeld: de gewasgroep (struik, boom, vasteplant, etc.), de USDA winterhardheidszone en de geur van bloemen bladeren of andere delen.
Tenslotte worden de sterkst geurende gewassen kort besproken. Deze onderstaande planten hebben vanwege hun sterke tot zeer sterke aantrekkelijke geur een grote meerwaarde in de tuin. Het zijn de planten waar je vanwege de opvallende geur niet omheen kunt. Van de tabel zijn het de planten met sterk of zeer sterk zoet geurende bloemen en/of de planten met zeer sterk aangenaam geurende bladeren. De planten zijn in meer of mindere mate in Nederland verkrijgbaar als tuinplant of kuipplant. 

Corylopsis - sortimentsonderzoek
Ir. M.E.C.M. Hop
Corylopsis, de Schijnhazelaar, is een van de eerste heesters die na de winter in bloei komt. De zachtgele hangende bloemtrosjes geuren vaak heerlijk. In Nederland zijn verschillende soorten in de handel, maar de naamgeving van de planten is vaak verouderd of twijfelachtig. In Boskoop is van 2002 tot 2006 het handelssortiment opgeplant en bestudeerd. Verschillende soorten en cultivars zijn het waard om in Nederland als tuinplant vaker gebruikt te worden. Voor enkele planten met een verouderde taxonomische indeling wordt een cultivarnaam voorgesteld. De waardevolle tuinplant die in Nederland als C. sinensis var. calvescens verkocht wordt, maar dat niet is, krijgt de nieuwe naam C. glabrescens ‘Lemon Drop’. De iets purperbladige vorm van C. sinensis f. veitchiana is C. sinensis ‘Veitch’s Purple’ gedoopt.

Kadsura en Schisandra
R.T. Houtman
De in Nederland gekweekte soorten van klimplanten Kadsura en Schisandra, beiden uit de kleine familie Schisandraceae, lijken op het eerste gezicht niet erg op elkaar. Toch zijn deze geslachten zeer nauw met elkaar verwant en het zijn vooral verschillen in mannelijke bloemdelen die bepalen tot welk geslacht de planten behoren. 
Kadsura telt 16 soorten die voorkomen in Oost- en Zuidoost Azië en en 23 Schisandra telt 23 soorten die voorkomen voor in de Verenigde Staten (1 soort) en Oost- en Zuidoost Azië. 
Bij Kadsura is alleen K. japonica voldoende winterhard in Nederland. Diverse cultivars zijn op kleine schaal in cultuur. Schisandra kent meer winterharde soorten. De meest belangrijke zijn S. grandiflora met crèmekleurige bloemen, S. rubriflora met rode bloemen en S. sphenanthera met oranjeachtige bloemen. Er zijn geen cultivars bekend. 
Verschillende soorten lenen zich om als tuinplant in Noordwest Europa toegepast te worden. De meeste soorten van Kadsura en Schisandra zijn collectersitems. Met name Kadsura japonica en de cultivar ‘Fukurin’ en Schisandra grandiflora, S. rubriflora en S. sphenanthera zijn aanbevelenswaardige klimplanten die vanwege het mooie blad (Kadsura) en de mooie bloei (Schisandra) prima in Nederlandse tuinen toegepast kunnen worden. 
Naast de soortbeschrijvingen wordt ook de taxonomische geschiedenis van Schisandra beschreven.

 

Dendroflora 41
 
Laanbomensortiment van Aesculus
Ing. G.J.J. Bolscher
Dit rapport is deels een herziening van, maar vooral een aanvulling op de Aesculus-keuringsrapporten, gepubliceerd in Dendroflora 4, 1967, van Herman J. Grootendorst en in Dendroflora 34 van Dr. P.C, de Jong.
Deze beoordeling van het Aesculus-sortiment omvat vooral nieuwe, fraai bloeiende types van A. ×carnea, enkele selecties van A. flava en een piramidale vorm van A. hippocastanum. 
De Aesculus ×carnea herkomsten uit Hellouw en Kesteren zijn door de TKC positief beoordeeld en gewaardeerd met respectievelijk één en twee sterren en hebben de cultivarnaam A. ×carnea ‘Hellouw’ en A. ×carnea ‘Boom en Vrucht’ gekregen. Daarnaast blijft A. ×carnea ‘Briotii’ een goede, met drie sterren gewaarde cultivar. 
De herkomsten uit Groenekan, Tiel en Rotterdam worden niet aanbevolen.
A. ×carnea ‘Plantierensis’, zoals die wordt uitgegeven door de Vermeerderingstuinen Nederland in Zeewolde, voldoet aan de officiële beschrijving en is voldoende onderscheidbaar van de ander A. ×carnea cultivars. De waardering is één ster.
Verder wordt kort ingegaan op enkele veel voorkomende kastanjeziektes, die vooral de laatste jaren flink de kop op hebben gestoken. 

Camellia – sortimentsonderzoek en keuringsrapport
J.P. Kortmann 
Camellia was in Nederland nooit echt populair als tuinplant. Hierin lijkt de laatste jaren wat verandering te komen. Dit heeft onder andere te maken met de langzamer klimaatsverandering, waardoor echt strenge winters steeds minder vaak voorkomen. Ook een goede raskeuze is hierbij essentieel.
In Boskoop heeft is een sortimentsproef uitgevoerd, waarbij 100 verschillende cultivars zijn getest (op veengrond). De keuze voor deze cultivars uit het zeer grote sortiment Camellia is gebaseerd op adviezen van Camellia-kwekers. De mooiste en meest veelbelovende qua winterhardheid zijn gekozen en aangeplant. Het sortiment is 4 jaar gevolgd en gekeurd door de Koninklijke Vereniging van Boskoopse Culturen. Belangrijke criteria bij het keuren waren soortechtheid, kwaliteit van de bloemen, bloeirijkheid, opschonen, kwaliteit van het blad, groeiwijze, gezondheid en vooral de vorstresistentie.
Van de 100 cultivars werden 4 cultivars bekroond met drie sterren, 15 met twee sterren en 24 met één ster. Alle cultivars zijn weergegeven en kort beschreven in de tabel. Van de bekroonde cultivars zijn uitgebreidere plantbeschrijvingen gemaakt.

Mahonia aquifolium, M. repens & M. ×wagneri en hybriden – sortimentsonderzoek en keuringsrapport
R.T. Houtman, K.J. Kraan en W.H. Kromhout 
Van 2002 tot eind 2004 is een groot aantal cultivars van Mahonia aquifolium, repens en ×wagneri beoordeeld door de keuringscommissie van de KVBC. De doel van de proef was om alle planten correct te identificeren en de beste cultivars te bepalen en te waarderen met sterren. De meeste cultivars zijn geschikt voor particuliere tuinen, maar enkele zijn ook zeer geschikt voor toepassing in openbaar groen. Vooral een aantal recent op de markt gebrachte cultivars blijkt hiervoor zeer geschikt. Veel van deze nieuwe cultivars zijn kruisingen tussen M. aquifolium en M. repens. Hiervoor is een nieuwe cultivar groep geïntroduceerd: Repens Groep.

Syringa subgenus Ligustrina
Dr. P.C. de Jong
Na artikelen over het Syringa vulgaris sortiment (Dendroflora 37) en het Syringa Villosae Groep sortiment (Dendroflora 39) volgt nu een verhandeling over een vrij nieuw seringensortiment van de twee soorten in het subgenus Ligustrina, Syringa pekinensis en Syringa reticulata. 
De cultivars van beide soorten zijn overwegend Amerikaanse selecties.
Vooral die van S. reticulata winnen in de Verenigde Staten en Canada aan populariteit, maar het gehele sortiment verdient in Europa zeker meer aandacht.

 

Dendroflora 40

40 jaar Dendroflora

Ir. J.J.C. Janssen
Het verschijnen van het 40ste nummer van Dendroflora is een goede aanleiding om terug te kijken naar wat de afgelopen 40 jaar is gebeurd. Opvallend is dat er in deze lange periode slechts drie hoofdredacteuren zijn geweest. Ook de redactieleden zijn erg trouw aan Dendroflora. Over de hele periode hebben 13 redactieleden de 3 hoofdredacteuren bijgestaan bij het uitgeven van 40 nummers, waarin vele keuringsrapporten, dendrologische artikelen en keuringen van nieuwe gewassen zijn gepubliceerd. Om enige ordening te krijgen in de vele gebeurtenissen in de historie van Dendroflora is er een chronologische indeling gemaakt, waarin de perioden van de drie hoofdredacteurschappen de leidraad vormen.

40 jaar keuringen
Ing. G. Fortgens
Elk jaar wordt in Dendroflora de rapportage gepubliceerd van de Keuringscommissie van de Koninklijke Vereniging voor Boskoopse Culturen. Één van de activiteiten van deze keuringscommissie is het beoordelen van nieuwigheden. Op verzoek van kwekers brengt de Keuringscommissie een bezoek aan het bedrijf om een aangemelde nieuwigheid te plaatse te beoordelen. Vaak worden de planten gedurende enkele jaren gevolgd in hun ontwikkeling alvorens over te gaan tot stemming om al dan niet een bekroning uit te reiken.
Sedert de oprichting van Dendroflora presenteert de secretaris van deze commissie de nieuwe gewassen die in het voorafgaande jaar zijn beoordeeld en bekroond met een Getuigschrift. Van 1963 tot 1968 was dat de heer P. de Vogel. Zijn opvolger de heer H.J. van de Laar heeft van 1969 tot en met 1998 in totaal zo’n 300 nieuwigheden beschreven. Sedert 1999 verzorgt de heer R. Houtman deze presentatie van bekroonde nieuwigheden.
In het artikel wordt ingegaan op de geschiedenis en de resultaten hiervan. Wat wordt er precies gekeurd, welke bekroningen zijn mogelijk, waar komen de nieuwigheden, wat waren de toppers en tenslotte welke gewassen zijn toppers in het sortiment geworden zonder dat er een keuring aan te pas kwam.

Het biodiversiteitsverdrag – gevolgen voor de boomkwekerij
Drs. W.L.A. Hetterscheid
In 1992 werd in Rio de Janeiro een conferentie gehouden naar aanleiding van de toenemende ongerustheid over het verdwijnen van organismen en ecosystemen op onze planeet. Deze conferentie leidde tot de opstelling van het zogenaamde Biodiversiteitsverdrag (CBD). Dit verdrag trad in 1993 in werking en is inmiddels door vele landen ondertekend en geratificeerd, o.a. door Nederland. Het Nederlandse beleid naar aanleiding van het verdrag is vastgelegd in de notitie “Bronnen van ons bestaan - behoud en duurzaam gebruik van genetische diversiteit”. Dit artikel gaat onder andere in op de gedragscode die is ontwikkeld door botanische tuinen en de gevolgen voor de praktijk. 

Citrus aurantium (Bittere sinaasappel) in Nederland
Ir. L.E. Groen, Drs. Ing. W.N.J. Ursem, Dr G.A. van Uffelen
In de oranjerieën van de zeventiende-eeuwse Europese elite nam Citrus een belangrijke plaats in.
Deze traditionele cultuur is op enkele plaatsen in Nederland tot op heden bewaard gebleven.
Hier een inventarisatie van de zeventiende eeuwse rassen van de Bittere sinaasappel (Citrus aurantium) die nog aanwezig zijn in Nederlandse collecties. Verder een overzicht van de moderne cultivars en het hedendaagse gebruik van deze markante Citrus met een sleutel voor determinatie. Deze sleutel is gebaseerd op de planten in de resterende citrus-collecties in combinatie met de literatuur over de zeventiende-eeuwse Hollandse verzamelingen. 

Hydrangea macrophylla en serrata – sortimentsonderzoek en keuringsrapport
Ir. M.H.A. Hoffman
Het sortiment van Hydrangea macrophylla en H. serrata groeit gestaag. Inmiddels zijn er al bijna 1000 cultivars geregistreerd. Een gedeelte ervan wordt in West Europa gebruikt als tuinplant, potplant of snijheester. Een groot deel van het Nederland verhandelde sortiment is verzameld en aangevuld met nieuw materiaal uit Engeland en Frankrijk. In twee fases zijn in totaal ruim 200 verschillende planten door het Praktijkonderzoek Plant & Omgeving getest voor gebruik als tuinplant. De planten zijn getest op gebruikswaarde onder Nederlandse omstandigheden, met name ziektegevoeligheid, bloeirijkheid en vorstgevoeligheid. Aan de hand hiervan en aan de hand van een door de KVBC uitgevoerde sterrenkeuring is een aanbevolen sortiment samengesteld. In dit rapport wordt in tabelvorm een overzicht gegeven van de resultaten van alle geteste planten. Daarnaast wordt het aanbevolen sortiment weergegeven met de volledige plantbeschrijvingen.

Taxus – sortimentsonderzoek en keuringsrapport
Ir. M.H.A. Hoffman
Taxus (Venijnboom) is een populaire tuinplant in gematigde gebieden. De plant wordt met name gewaardeerd vanwege de groeiwijze, de wintergroene naalden en de rode besachtige vruchten. Het geslacht telt ca. 10 soorten en ruim 200 cultivars, met een zeer grote variatie en veel toepassingsmogelijkheden. Vooral de toepassingen als haagplant, voor vormsnoei en als solitair zijn zeer bekend. Vooral de laatste jaren zijn er ook veel dwergvormen bijgekomen. Middels een sortimentsproef bij PPO en in de Nederlandse Plantencollectie van Taxus in Zundert is een groot deel van het sortiment beoordeeld en gekeurd. Op basis van toepassing zijn 7 cultivargroepen gedefinieerd waarin vrijwel alle cultivars van Taxus ondergebracht kunnen worden: Adpressa Groep, Fastigiata Groep, Nana Groep, Repens Groep, Hedge Groep, Tree groep en Washington Groep.. Per groep is een aanbevolen sortiment samengesteld door de keuringscommissie van de KVBC. 

 

Dendroflora 39

Erica carnea
J.G. Flecken
Van 1999 tot 2002 zijn ruim 100 verschillende cultivars van Erica carnea beoordeeld en gekeurd voor gebruik als tuinplant door de keuringscommissie van de Koninklijke Vereniging voor Boskoopse Culturen. Belangrijke aanleidingen hiervoor waren de grote toename van het aantal cultivars de afgelopen jaren en twijfels over de soortechtheid van een aantal cultivars.
Er zijn in totaal 39 cultivars positief gewaardeerd. Een aantal van 73 cultivars kan zonder de veelzijdigheid van het sortiment te schaden uit het in Nederland gekweekte sortiment verdwijnen. Een aantal van 13 in Nederland voorkomende cultivars, kon (nog) niet worden opgeplant en kon daarom niet worden beoordeeld. Deze worden volledigheidshalve wel genoemd in dit keuringsrapport.
Naast een beoordeling in de vollegrond als tuinplant, is het belangrijkste deel ook beoordeeld als potplant. Dit vanwege het feit dat steeds meer heideplanten in pot of container verkocht worden. Ook de eventuele geschiktheid als potplant wordt vermeld in dit rapport.

Hamamelis – sortimentsonderzoek en keuringsrapport
R.T. Houtman en W.J. van der Werf
Omdat de laatste beoordeling van Hamamelis dateerd uit 1980 en er inmiddels veel nieuwe cultivars op de markt zijn gekomen, keurde de Keuringscommissie tussen 1999 en 2002 49 cultivars op sier- en gebruikswaarde. Slechts vier cultivars werden met drie sterren bekroond: H. × intermedia ‘Aphrodite’, ‘Arnold Promise’, ‘Pallida’ en ‘Rubin’. Een tiental cultivars werd met twee sterren bekroond en negen cultivars met één ster. Daarnaast kregen vier cultivars een “s” (voor speciale doeleinden). Dit zijn H. × intermedia ‘Angelly’, H. japonica ‘Pendula’, H. ‘Rochester’ en H. vernalis ‘Sandra’. 
De gehele collectie werd geïdentificeerd en beschreven. Enkele problemen in naamgeving werden opgelost. Belangrijke naamswijzigingen betreffen de hybriden tussen H. mollis en H. vernalis. Het zijn H. ‘Brevipetala’, ‘Doerak’ en ‘Rochester’. 
Voor de volledigheid van dit artikel worden naast de gekeurde cultivars meer dan vijftig cultivars kort genoemd. Deze zijn nog niet of in zeer beperkte mate op de markt en konden niet meegenomen worden in de keuringen. 
De keuringen vonden in hoofdzaak plaats op de kwekerij van Wim van der Werf in Boskoop. Ook de Engelse nationale collectie van Chris Lane uit Newington werd meerdere keren bekeken en veel informatie is van hem afkomstig. 

Helenium – sortimentsonderzoek en keuringsrapport 
Ir. M.E.C.M. Hop
De populariteit van Helenium (Zonnekruid) neemt weer toe, mede doordat er de afgelopen jaren meerdere interessante nieuwe cultivars zijn geïntroduceerd. Heleniums zijn geschikt voor tuinen en openbaar groen. Ze zijn robuust, gezond, goed winterhard en aantrekkelijk voor bijen en vlinders. Ook worden ze als snijbloem geteeld, vooral het ras ‘Kanaria’. De bloei start tussen juni en september. Er zijn gele, donkerrode en geel-met-rood bloeiende rassen, die in hoogte variëren van ca. 60 tot 200 cm. Een zeer nuttige eigenschap van Helenium is het onderdrukkende effect op enkele soorten bodemaaltjes.
Helenium soorten komen in het wild voor in Noord- en Zuid-Amerika. Hoewel in de praktijk voor de tuinplanten vaak de soortnaam Helenium autumnale wordt gebruikt, zijn de meeste tuinrassen waarschijnlijk van hybride oorsprong. In dit artikel worden 50 cultivars beschreven aan de hand van levend materiaal. Hiervan zijn er 28 ook gekeurd door de KVBC. Op basis van literatuurgegevens worden nog 136 cultivars genoemd en indien mogelijk kort beschreven.

Ilex ×meserveae – keuringsrapport
R.T. Houtman
Het kleine sortiment Ilex × meserveae werd eind ’90er jaren door de Keuringscommissie van de KVBC gekeurd. Hiertoe werden 12 cultivars opgeplant in Boskoop. Tijdens het onderzoek bleek dat twee hiervan niet tot de hybride I. × meserveae behoren. Van de overige 10 werden twee cultivars (‘Blue Angel’ en ‘Meseal’ (BLUE BUNNY)) met drie sterren bekroond, één cultivar (‘Blue Prince’) met twee sterren bekroond en vier cultivars (‘Blue Princess’, ‘Mesan’ (BLUE STALLION), ‘Mesgolg’ (GOLDEN GIRL) en ‘Mesid’ (BLUE MAID)) met één ster bekroond. De overige drie cultivars kunnen vervallen.
Naast de gekeurde cultivars worden 8 nieuwe of niet beoordeelde cultivars beschreven. Vier hiervan zijn nieuwe, uit Duitsland afkomstige cultivars. Ook zijn er twee bontbladige cultivars beschreven.

Syringa ×prestoniae – sortimentsonderzoek en keuringsrapport
Ir. M.H.A. Hoffman
Van 1994 tot 2001 zijn er 15 verschillende cultivars van de Syringa Prestoniae Group beoordeeld en gekeurd voor gebruik als tuinplant door het Proefstation in Boskoop in samenwerking met de keuringscommissie van de Koninklijke Vereniging voor Boskoopse Culturen. Belangrijke aanleidingen hiervoor waren de toenemende populariteit van het gewas en de toename van het aantal cultivars de afgelopen jaren in Nederland. Verder is er onduidelijkheid over de taxomische status (voorouders) van enkele cultivars.
Er zijn in totaal 8 cultivars positief gewaardeerd. Met een waardering van drie sterren sprongen vooral ‘Agnes Smith’, Minuet’ en ‘Redwine’ er uit. Naast deze 15 beoordeelde planten zijn er mat name in de Verenigde Staten en Canada nog veel meer cultivars in omloop. Een aantal veelbelovende cultivars hiervan wordt ook in dit rapport genoemd.
Naast een beoordeling in de vollegrond als tuinplant, is het belangrijkste deel ook beoordeeld als potplant. Een aantal cultivars leent zich zeer goed voor de teelt en verkoop in pot. Ook de eventuele geschiktheid als potplant wordt vermeld in dit rapport.
Teneinde een stabielere classificatie te krijgen is ervoor gekozen om de cultivars van de hybriden S. × josiflexa en S. ×prestoniae onder te brengen in één cultivargroep: [Villosae Groep]. 

Dendroflora 38
 

Van soort tot cultivar
Dr. P.C. de Jong
De tijd dat het groene vak het over soorten had, waarbij slechts ten dele botanische soorten werden bedoeld, ligt intussen wel achter ons. Maar toch is wat nu echt onder een soort (species) moet worden verstaan niet zo simpel. Ook het gebied tussen botanische soort en cultivar is in meerdere opzichten een grijs gebied. Dit artikel gaat niet over regels rond de naamgeving (zie Dendroflora 36), maar over wat de verschillende categorieën van soort tot en met cultivar inhouden.

Herfstbloeiende Anemone - sortimentsonderzoek en keuringsrapport
Ir. M.E.C.M. Hop
Herfstbloeiende Anemonen, ook wel Japanse Anemonen genaamd, zijn al meer dan een eeuw geliefde border¬planten. Als de meeste zomerbloemen zijn uitgebloeid verschijnen vanaf augustus hun roze of witte bloemen, waarmee ze zelfs de donkerste hoekjes in de tuin opvrolijken. Het zijn robuuste en lang levende planten. Als ze eenmaal goed aangeslagen zijn op een plaatsje in de halfschaduw vergen ze weinig onderhoud.
Hoewel er in de laatste jaren weer nieuwe cultivars geïntroduceerd zijn, dateren de meeste rassen van het begin van de twintigste eeuw. Na zo'n lange tijd van vermeerdering en verkoop zijn er enkele fouten geslopen in de identificatie van de planten. Om hierover meer duidelijkheid te krijgen heeft PPO Sector Bomen op verzoek van de Vereniging van Vaste Plantenkwekers een kleine collectie herfstbloeiende Anemone opgeplant. De keurings¬commissie vaste planten van de KVBC heeft een sterrenkeuring op deze planten uitgevoerd. Het onderzoek werd gefinancierd door het Productschap Tuinbouw.

Japanse Azalea - een overzicht van het sortiment
A.J. Laros
Op Nederlandse kwekerijen worden honderden verschillende Japanse Azalea’s gekweekt. Een gedeelte wordt in de volle grond geteeld, anderen uitsluitend in pot. Gedurende een aantal jaren heeft de keuringscommissie van de KVBC ruim 250 cultivars naast elkaar opgeplant en vergeleken. Dit artikel geeft een overzicht van het grote sortiment. Naast beschrijvingen van een groot aantal cultivars wordt onder andere de rijke cultuurgeschiedenis belicht en wordt een indeling van cultivars gegeven zoals in praktijk vaak wordt gebruikt. Tevens is een aanbevolen sortiment samengesteld.

Glyptostrobus, - in Nederland nauwelijks bekend
D.M. van Gelderen
De aanleiding om over Glyptostrobus te schrijven is het feit dat in de tuin van de auteur, sinds tien jaar, een exemplaar van deze soort staat. De boom is nu 4 meter hoog en heeft niet of nauwelijks vorstschade gehad. Alleen in de Elfstedentochtwinter van 1996/1997 waren enkele groeitoppen ingevroren, maar de boom herstelde zich zonder moeite.

Volwassen en struikvormige Hedera - sortimentsonderzoek en keuringsrapport
Ir. M.E.C.M. Hop
Hedera is in tuinen waarschijnlijk de meest bekende wintergroene klimplant. Het is echter vooral de jeugd¬vorm van klimop die klimt; oudere planten nemen hun volwassen vorm aan met bloei en besdracht. Op een lichte standplaats worden veel cultivars tussen 6 en 12 jaar na aanplant volwassen en groeien dan als een struik.
Er zijn niet veel planten waarbij de jeugdvorm en volwassen vorm zo duidelijk in uiterlijk van elkaar verschillen. De vorm van het blad wordt ruitvormig in plaats van handlobbig, de groeiwijze wordt struikvormig in plaats van klimmend en er verschijnen bloemen en vruchten. In de natuur worden klimop¬planten vooral volwassen wanneer zij de top van de boom bereiken die ze als klimsteun gebruiken. Het fijne hiervan is nog niet bekend, maar mogelijk is het hogere lichtniveau een factor die de verandering beïnvloedt. Volwassen klimop kan dan ook anderhalve keer zo veel licht verdragen als de jeugdvorm. De verande¬ring is niet onom¬keer¬baar; volwassen planten kunnen ook weer juveniele scheuten produ¬ceren. Hoe vaak dit gebeurt hangt af van de cultivar en het is door toedienen van het plantenhormoon gibberellinezuur te stimuleren.
Er is nog een groep struikvormige klimop, namelijk de niet-klimmende jeugdvormen. Deze kenmerken zich door de kleine blaadjes en het feit dat ze zich niet met hechtworteltjes vastzetten als ze tegen een klimsteun aan gezet worden.

Nepeta - sortimentsonderzoek en keuringsrapport
Ir. M.H.A. Hoffman
Nepeta L. (Kattekruid) is een geslacht dat de laatste jaren erg populair is geworden. Hierbij is het traditionele sortiment behoorlijk aangevuld en verbeterd door nieuwere cultivars. Vanwege de grote diversiteit van het gewas zijn uiteenlopende toepassingen mogelijk. Om dit volledig in kaart te brengen is door het Praktijkonderzoek Plant & Omgeving in samenwerking met de KVBC en de Vereniging van Vaste Plantenkwekers een sortimentsonderzoek en –keuring uitgevoerd. Er is een aanbevolen sortiment samengesteld. Verder zijn er 7 nieuwe cultivars benaamd en uitgegeven. Tevens zijn enkele problemen betreffende de juiste naam en status van een aantal cultivars opgelost.

Dendroflora 37
 

De botanische introducties van Philipp Franz von Siebold
Maarten J.M. Christenhusz
Tussen 1829 en 1866 voerde Von Siebold ruim duizend soorten, ondersoorten, variëteiten en cultivars in uit Japan. Vanuit zijn kwekerij te Leiden werden deze planten over geheel Europa verspreid. Sommige soorten werden succesvolle tuinplanten, andere bleven alleen bestaan in gespecialiseerde collecties of verdwenen geheel uit Nederland. Een overzicht van de in Nederland meest populaire introducties door Von Siebold is gegeven, evenals de geschiedenis van het invoeren van de planten. Extra aandacht is besteed aan Von Siebold's Viburnum’s, Hosta’s en Cercidiphyllum japonicum.

Moraceae - de familie, enige geslachten en bestuiving bij Ficus 
Prof. C.C. Berg 
Kenmerken van de familie Moraceae worden kort beschreven. De geslachten Broussonetia, Maclura en Morus, met vertegenwoordigers in de gematigde en subtropische gebieden van het noordelijk halfrond worden kort weergegeven. Verder worden enkele bijzondere levensvormen en het unieke bestuivingsysteem van Ficus beschreven.

Eleutherococcus in plaats van Acanthopanax
Dr. J.J. Bos
Op de dendrologendag van het najaar 2000, werd met name de Klimopfamilie (Araliaceae) behandeld. In dat kader werd ook de verwarde situatie rond de namen Acanthopanax en Eleutherococcus uit de doeken gedaan. De literatuur over dit onderwerp is nogal versnipperd en verspreid, maar met behulp van enkele overzichtsartikelen is één en ander duidelijk geworden. Het blijkt dat alle soorten overgaan naar Eleutherococcus. In praktijk vervalt hiermee de geslachtsnaam Acanthopanax. Aan het eind wordt een overzicht gegeven van alle soorten die in Nederland in cultuur zijn (geweest).

Hydrangea paniculata - een overzicht van het sortiment
D.M. van Gelderen
Het sortiment van Hydrangea paniculata is gedurende de laatste vijftien jaar sterk uitgebreid en verbeterd. Vooral de familie De Belder, van het Arboretum Kalmthout in België heeft hieraan zeer sterk bijgedragen. Was er voorheen slechts een vijftal cultivars in cultuur, nu zijn ongeveer 50 verschillende cultivars bekend, waarvan er ongeveer 15 vrij algemeen verkrijgbaar zijn. In dit artikel wordt een zo volledig mogelijk sortiment kort beschreven. 

Mahonia × media en verwanten - sortimentsonderzoek en keuringsrapport
Ir. M.H.A. Hoffman
De Aziatische soorten van Mahonia vormen een opvallende groep wintergroene heesters. Ze kenmerken zich onder andere door het grote blad en de winterbloei. M. x media is de bekendste vertegenwoordiger. In Nederland zijn ruim tien verschillende soorten en cultivars verkrijgbaar. Deze verschillen onder andere in winterhardheid, bloeitijd en bloeirijkheid. Deze zijn verzameld en opgeplant op het proefveld van PPO sector Bomen in Boskoop. Vervolgens zijn ze geïdentificeerd, beschreven en door de keuringscommissie van de KVBC gekeurd. Hierbij kwamen M. bealei 'Hivernant' en M. x media 'Winter Sun' als besten naar voren

Potentilla fruticosa - een overzicht van het sortiment
P. Kolster en W.H. Kromhout
Van Potentilla fruticosa worden in Nederland ruim 50 cultivars gekweekt. Dit sortiment is sterk in beweging. De laatste jaren zijn er vele nieuwe cultivars bijgekomen. Hierbij ligt er veel nadruk op de gezondheid van de planten. Momenteel wordt een collectie verzameld en aangeplant om de komende jaren te worden gekeurd. Dit rapport is een tussenbalans. Er wordt een zo volledig mogelijk sortiment kort beschreven. Daarnaast is er een top 30 samengesteld en per kleurgroep weergegeven. De kleurgroepen zijn: crèmekleurig, geel, oranje, (oranje)rood, roze en wit.

Syringa vulgaris - sortimentsonderzoek
Ir. M.H.A. Hoffman

Syringa vulgaris is veruit de meest populaire Seringensoort in cultuur. Vooral de bloemgeur van deze soort wordt erg gewaardeerd. In totaal bestaan er ruim 1500 geregistreerde cultivars. In Nederland worden enkele tientallen cultivars gekweekt, maar slechts enkelen zijn algemeen verkrijgbaar. Het Nederlandse handelssortiment, aangevuld met enkele in Nederland onbekende Seringen, is verzameld en opgeplant op het proefveld van PPO sector Bomen te Boskoop. In totaal zijn bijna 60 cultivars geïdentificeerd, beschreven en beoordeeld. Daarnaast zijn van ruim 20 cultivars, die niet beoordeeld zijn, maar die wel op kleine schaal in Nederland gekweekt worden, korte beschrijvingen samengesteld aan de hand van literatuurgegevens.Voor gebruik als tuinplant wordt in dit artikel een topsortiment per kleurgroep aanbevolen. 

Dendroflora 36
Naamgeving van planten - een overzicht en stand van zaken 
Ir. M.H.A. Hoffman
De wetenschap van naamgeving van planten is steeds in beweging. In dit artikel een overzicht met de laatste ontwikkelingen op het gebied van taxonomie. Aan bod komen: internationale regels en recente ontwikkelingen en de oorzaken van naamsveranderingen. Bij de naamgeving van cultuurplanten vormt de cultivarnaam de basale eenheid. Een belangrijk facet bij de naamgeving vormt de bescherming van planten en namen. 

Minder bekend kleinfruit – sortiment en gebruik
H.J. Albrecht
Een aantal bekende en veel geteelde fruitsoorten, zoals de Appel (Malus domestica), de Peer (Pyrus communis) en de Framboos (Rubus idaeus) kennen een lange geschiedenis als cultuurgewas. Selectie uit en veredeling van de wilde soorten heeft geresulteerd in het thans gekweekte kwalitatief hoogwaardige sortiment. 
Een aantal andere houtige planten met eetbare vruchten is pas recent in cultuur genomen of weer in de belangstelling gekomen. In Duitsland vat men deze gewassen samen onder de noemer ‘Wildobst’. Men verstaat daaronder dus zowel echte wilde soorten als gewassen die daar na selectie en veredeling nog dichtbij staan. In wetenschappelijke kringen wordt gesproken over “Nischenkulturen”. Het artikel is de neerslag van een lezing op de ‘Vruchtbare Dendrologendag’, een studiedag van de NDV te Wageningen op 15 september 1999, gewijd aan weinig bekende en onbekende vruchtgewassen. 

Onbekend Chinees kleinfruit
Dr. P.C. de Jong
Uit China stamt een aantal bekende fruitgewassen. Enkele daarvan zijn al eeuwen in West-Europa ingeburgerd, maar de Chinese herkomst ervan is soms in de vergetelheid geraakt. Andere zijn pas in de afgelopen eeuw in de belangstelling gekomen. Er is in China ook heden ten dage nog kleinfruit in cultuur, lokaal en soms zelfs op vrij grote schaal, dat bij ons volslagen onbekend is. De soorten zelf zijn voor een deel wel in Europese arboreta en botanische tuinen te vinden, maar daar blijft het bij. Voor enkele soorten is er in de laatste decennia buiten Nederland al enige belangstelling gekomen, met name in de voormalige DDR.

Acer campestre – cultuurwaarde-onderzoek
Ing. GJ.J. Bolscher en F.H.C. Nouwens
De werkgroep Acer van de Technische Keuringscommissie (TKC) Houtige Siergewassen van de Naktuinbouw heeft in samenwerking met het Boomteeltpraktijkonderzoek (BPO) diverse cultivars en nog onbenaamde selecties van Acer campestre beoordeeld op cultuurwaarde. De gewassen waren opgeplant op de boomteelt¬proeftuin ’De Boutenburg’, van 1994 tot en met 1999. De soort vindt veel toepassing als haagplant. Het gebruik als straatboom heeft eerst vrij recent opgang gemaakt, vooral na het op de markt komen van daarvoor geschikte selecties zoals ‘Elsrijk’.

Aronia – Appelbes (deel 2)
Ir. M.E.C.M. Hop
In Dendroflora 31 (1994) is het eerste artikel gepubliceerd over het sier- en fruitgewas Aronia Medik. In de jaren daarna zijn nieuwe gegevens bekend geworden, onder andere door een sortimentsopplanting van het Boomteeltprak¬tijkonderzoek. De beschrijvingen van de planten kunnen nu worden aangevuld. Ook is de verwarrende taxonomie nog eens onder de loep genomen.

Monarda - sortimentsonderzoek en keuringsrapport
Ir. M.H.A. Hoffman
Het Boomteeltpraktijkonderzoek heeft in samenwerking met de keuringscommissies van de KVBC en de Vereniging van Vaste-plantenkwekers een sortimentsonderzoek Monarda (Bergamotplant) uitgevoerd. Hierbij lag de nadruk op de vatbaarheid voor meeldauw. Aantasting door meeldauw is in de praktijk een groot probleem bij Monarda. Ruim dertig cultivars zijn getest, beschreven en gekeurd.
Monarda is één van de bekendste vasteplanten van de Lamiaceae (Lipbloemfamilie). Het geslacht is vooral geliefd vanwege de mooie bloemen, bij de meeste soorten in schijnhoofdjes geplaatst, en het typisch aromatische blad. Monarda wordt vooral gebruikt als tuinplant, maar de laatste jaren neemt ook het gebruik als snijbloem sterk toe. Daarnaast wordt het aromatische blad gebruikt voor de winning van bergamotolie (oa. gebruikt in Earl-grey thee). Voor gebruik als tuinplant zijn ca. 75 soorten en cultivars in omloop; hiervan wordt ongeveer de helft in Nederland gekweekt.

Osmanthus – een overzicht van het sortiment

D.M. van Gelderen
Osmanthus is ten onrechte een vrij weinig bekend geslacht van wintergroene struiken en soms kleine bomen, behorend tot de grote familie der Oleaceae (Olijfachtigen). Alleen de soort Osmanthus heterophyllus wordt vrij algemeen gekweekt, de overige soorten en cultivars leiden een bescheiden bestaan Het geslacht telt ongeveer 30 soorten Er zijn ongeveer 10 species in cultuur en van Osmanthus heterophyllus kennen we een tiental cultivars. Alle soorten zijn wintergroen en hebben tegenoverstaande bladeren, die al dan niet getand zijn. De kleine, welriekende bloemen zijn wit, crème of geel en staan in okselstandige bundels of pluimen bijeen. De vruchten zijn steenvruchten (éénzadig), (zwart)blauw tot paars en gewoonlijk weinig opvallend. Sommige soorten bloeien in het voorjaar, anderen weer in oktober, zoals O. heterophyllus.
De Nederlandse plantencollectie (NPC) van Osmanthus wordt beheerd door de Fa. C. Esveld te Boskoop. Een deel van de onderstaande informatie is hieraan ontleend. 

Pinus mugo – keuringsrapport
J.P. Kortmann
In het begin van de negentiger jaren ontstond bij de Koninklijke Vereniging voor Boskoopse Culturen de behoefte het sortiment van Pinus mugo (bergden) nader te onderzoeken. Er was nog nooit een sterrenkeuring van Pinus mugo geweest en er kwamen in de loop der jaren steeds meer cultivars op de markt. Een groot deel van het sortiment (ca. 60 cultivars en onbenaamde selecties) werd verzameld en in 1992 opgeplant op de kwekerij van de auteur. Gedurende zes jaar werd met de keuringscommissie het sortiment één of tweemaal per jaar geobserveerd. Tevens is eenmaal gekeurd door een aantal leden van de Koninklijke Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde. Ter afronding is dit rapport geschreven voor kweker en consument. Als inleiding wordt van P. mugo een overzicht gegeven van de verspreiding en morfologie, de verschillende variëteiten, de gebruikswaarde, het gebruik als onderstam en de ziekten en plagen.

Prunus laurocerasus – keuringsrapport
K.J. Kraan
Prunus is een groot en gevarieerd geslacht, waarvan een aantal soorten belangrijke cultuurplanten zijn voor gebruik in de tuin en het openbaargroen. De meeste soorten uit de gematigde zone zijn bladverliezend. Prunus laurocerasus (Laurierkers) is een van de weinige bladhoudende soorten. In Dendroflora nummer 7 (1970), heeft Harry van de Laar hierover een uitgebreid rapport gepubliceerd, omdat er grote behoefte bestond om het sortiment goed op naam te brengen. Nu, 30 jaar later, is een nieuw rapport wenselijk, omdat er de laatste jaren nogal wat nieuwe cultivars bijgekomen zijn, vooral uit Hongarije. Hiertoe werden 38 cultivars verzameld en opgeplant bij Boot en Co Boomkwekerijen BV te Boskoop. Van 1995 tot 1999 werden deze planten op verschillende tijdstippen beoordeeld op sier- en gebruikswaarde. Er werden 21 cultivars positief gewaardeerd, de overige 17 negatief (0). 
In het kader van een nauwere samenwerking van de KVBC met de Royal Horticultural Society (RHS) hebben keurmeesters van deze grote Engelse zustervereniging een paar keer meegekeurd. Voor wat de vorstgevoeligheid betreft was de winter van 1996-1997 een goede test. De combinatie van een natte periode direct gevolgd door strenge vorst liet flinke sporen na. Direct na de winter is per cultivar de aangerichte schade genoteerd. Bij de omschrijving van de kleuren volgens de RHS-CC, zijn de standaard Nederlandse kleurnamen volgens de VKC gebruikt. 





      Twee verenigingen, één uitgave